Interview Wouter Kusters

David Hockney, John St. Clair Swimming, April 1972You may look into my brain, but you will not find me

Wouter Kusters (1966) is filosoof, taalwetenschapper en schrijver. Hij studeerde psychologie en algemene taalwetenschap. In 1987 kreeg hij een psychose en volgde opname in een psychiatrische inrichting. In 1992 studeerde hij cum laude af aan de Universiteit Utrecht. In 2003 promoveerde hij aan de Universiteit van Leiden op onderzoek naar taalverandering. Na enige tijd aan het Meertens Instituut gewerkt te hebben, ving hij opnieuw een studie aan: wijsbegeerte in Utrecht, waarvan hij de onderzoeksmaster afsloot in 2010. Tijdens deze studie wijsbegeerte, in 2007, werd hij voor de tweede keer psychotisch; opnieuw kwam hij in een isoleercel.

Hij publiceerde de boeken Pure waanzin: een zoektocht naar de psychotische ervaring (2004, dat twee onderscheidingen kreeg, de Socrateswisselbeker 2005, en de Van Helsdingenprijs 2005), Alleen: berichten uit de isoleercel (2007) en Filosofie van de waanzin(2014), een vuistdikke studie van 760 pagina’s waar hij vier jaar aan werkte. Het boek is inmiddels herdrukt en Wouter Kusters is hiermee opnieuw gelauwerd met de Socrateswisselbeker voor het beste Nederlandstalige en prikkelende filosofieboek.

Wouter Kusters is secretaris van de Stichting Psychiatrie en Filosofie. Deze stichting stimuleert het onderzoek op het grensgebied van psychiatrie en filosofie. Hij woont samen met zijn vrouw en twee kinderen in het Groene Hart.

Interview met Wouter Kusters door Frans Meulenberg
WK: “Mijn doel is niet om de psychose te verklaren, te voorspellen of te beheersen, maar om deze te begrijpen en er voor het niet-waanzinnige leven lering uit te trekken. De psychiatrie kent een lange traditie in het pogen om patiënten te begrijpen. Denk aan de klassieke gevalsbeschrijvingen uit de eerste helft van de 20e eeuw. Die traditie verdwijnt helaas en de waarde van gevalsbeschrijvingen wordt onderschat. Het is heden ten dage knap lastig om een goede en inzichtelijke gevalsbeschrijving gepubliceerd te krijgen in een wetenschappelijk tijdschrift. Mijn boek is, naast veel andere dingen, ook een poging tot herwaardering van de gevalsbeschrijving.”

Complex verhaal
Dat is ook de reden dat Kusters in zijn studie veel put uit gevalsbeschrijvingen afkomstig uit autobiografieën en eigen ervaringen. Om deze te analyseren en te duiden gebruikt hij zijn intuïtie en herinneringen, in combinatie met filosofische analyse. Kusters betreurt het dat de medische casuïstiek voornamelijk het bio-medische en/of praktische perspectief benadrukt. “De beperkte rol van gevalsbeschrijvingen in de biomedische wetenschappen sluit de ervaringen van de patiënt uit. Ten onrechte. De individuele ervaring van de patiënt is ten slotte de raison d’être van de concrete praktische geneeskunde. De patiëntervaring is een complex verhaal, met ingrediënten uit ethisch, filosofisch, historisch, medisch-antropologisch en literair perspectief.”

Een beroemd literair voorbeeld hiervan is de tragedie Oedipus van Sophocles, waarvan de kern is gebruikt door Freud in de ontwikkeling van zijn psychoanalytische theorie. Kusters pleit ervoor psychoanalyse uit het verdomhoekje te halen: "Psychoanalytici nemen in ieder geval uitingen van waanzin serieus, al ligt de betekenis van die uitingen niet voor de hand. Want hoe onsamenhangend een waanzinnig relaas ook mag klinken, iemand zegt altijd iets met een bedoeling, bij vol bewustzijn. Een taaluiting is meer dan een toevallig bijproduct van een neurologische eigenaardigheid, het is altijd ook een teken, in een complex onafgesloten geheel van andere tekens, van eigen en andermans makelij.”

Hersenwaan
Deze aanpak contrasteert met die van biologisch georiënteerde psychiaters die alleen naar symptomen kijken. "Zij denken dat er iets mis is in de hersenen, iets dat onderdrukt of verdreven moet worden, wie weet vanuit een doorgeschoten hang naar genezing." Hij voegt toe: "Niet alle aspecten van de psychoanalyse overtuigen me, maar wel het idee dat er betekenis wordt gezocht in schijnbaar betekenisloze dingen. Juist de betekenisgeving, het geestelijke, maakt ons mens. De psychoanalyse en aanverwante stromingen zijn terecht doordrongen en gebaseerd op de idee dat de mens wezenlijk een gespleten wezen is; dat hij nooit samenvalt met zichzelf. Daarin komen gewone mensen en de zogenaamde mensen met een psychische stoornis met elkaar overeen. Voor de biologisch georiënteerde psychiater echter is er een grote kloof tussen normale mensen en gestoorden. Deze laatste zouden wezenlijk onbereikbaar zijn, en slechts via het materieel-biologische werkelijk beinvloedbaar. En..." - Kusters lacht - "... vanuit deze gedachte belanden de biologisch georiënteerde psychiaters in die vreemde spagaat, waarbij ze aan de ene kant beweren dat mensen met een psychische stoornis 'er niets aan kunnen doen', want er is iets mis met hun brein, waardoor ze wezenlijk anders zijn - lees medicatie nodig hebben - terwijl aan de andere kant in hun anti-stigmatiseringscampagnes, ze de boel willen sussen, en beweren dat dat gestoorde brein weer geen invloed zou moeten hebben op de mate van respect en waardering die je zou behoren te krijgen. De biomedische psychiatrie wordt achtervolgd door de schaduwen van het dualisme, dat ze in woord ontkent, maar in daad en attitude jegens de 'psychisch gestoorden' praktiseert. Wel, in plaats daarvan, wat interessanter is dan al die brein-lingo, is te beginnen bij de betekenis. En de zoektocht naar betekenis begint met luisteren. Niet naar luisteren of je ergens diep onder het geluid van de taal het geruis van verkeerd vurende neuronen hoort, maar het eenvoudigweg luisteren naar een ander mens, die at the end of the day zich in dezelfde existentiële, menselijke situatie bevindt als jezelf." 
Kusters schrijft in zijn boek: "Wanneer we goed luisteren naar de expressies van waanzin, horen we daarin een filosofisch geluid, een gegrepenheid door thema’s van levensbelang die we kennen uit de traditie van de filosofie." De ambitie van Kusters is niet gering: "Mijn streven in mijn boek is die hele reis te beschrijven: het proces dat begint met binnengezogen worden in een psychose, verbreding van je perspectief, de diverse fasen binnen dat proces, en ten slotte de manier waarop men door een psychose heen naar een hernieuwde werkelijkheid keert."

Oorlog
Kusters vergelijkt de waanzin verrassend met de metafoor ‘oorlog’. "Stel, je wilt weten wat oorlog is, en hoe die verweven is met, bijvoorbeeld, de Amerikaanse samenleving. Dan moet je te rade gaan bij militairen die vochten in een oorlog. Ga diepgravend met hen in gesprek en ondervraag hen op een dusdanige manier dat ze loskomen van de propaganda van de regering. Zo kom je erachter dat lang niet altijd duidelijk is wat de waarheid is over de oorlog. Sommige soldaten vinden de oorlog juist aantrekkelijk, net als vele ex-psychotici heimelijk naar de waanzin verlangen. Je hoort je psychose enkel erg en angstig te vinden, zo niet, dan ben je net zo oneigentijds als de Duitse schrijver Ernst Jünger die na de Eerste Wereldoorlog zijn controversiële boek Oorlogsroes schreef over de verlokkingen van de oorlog. Nog problematischer voor het officiële verhaal zijn de soldaten die ontdekken dat de vijand tegen wie ze zich dienden te keren en tegen wie ze hoorden te vechten, zo gek niet was, en daarom overliepen. Voor de sensus communis op maatschappelijk gebied en gezondheidsbeleid is dat onbegrijpelijk. Poncke Princen, communisten die naar Spanje trokken in de jaren dertig of moderne strijders die zich aan de kant van de vijand scharen, kunnen toch niets anders dan ‘ziek’ zijn of ‘ontoerekeningsvatbaar’? Wat ik voor de psychose probeer te laten zien, is dat er diep in die vermeende vijand van de waanzin misschien wel een diepe kern of inzicht van onuitsprekelijke waarheid zit, die vele malen relevanter is voor onze opvattingen van waanzin dan alle normaliserende psycho-educatie en ziekmakende ziekte-ideologie bij elkaar."

Films en literatuur
Via het thema oorlog komt een ander geliefd thema voorbij: films en literatuur. "Er zijn beroemde films die onze beeldvorming van oorlog hebben beïnvloed. Zoals Apocalypse Now, die de waanzin van oorlog voelbaar nabij brengt." Peinst even. "Maar het fenomeen oorlog is versplinterd geraakt. In oorlogen zijn er niet langer duidelijk twee kampen, het is veel complexer geworden. Films voeden niet alleen het publieke debat over oorlog, maar beïnvloeden ook de mensen die naar het front willen. Maar hoe dan ook, wat ‘oorlog’ is, en tegen wie oorlog zou moeten worden gevoerd, dat debat moet niet worden gemonopoliseerd door één partij. Het debat dient allereerst met en over de direct betrokkenen te gaan, waarbij", Kusters grinnikt, "invloeden van externe belanghebbenden, als de wapenindustrie of de farmaceutische industrie eerder als deel van het probleem dan als deel van de oplossing dienen te worden beschouwd."

Doodlopende weg
Over modern psychiatrisch onderzoek heeft Kusters dan ook zo zijn twijfels: "Psychiatrie profileert zich de laatste jaren helaas, naar voorbeeld van de fysica, als een natuurwetenschap. Het hedendaags psychiatrische onderzoek gaat via datamining. Binnen een overvloed aan gegevens – er zijn nu eenmaal veel data beschikbaar – gaat men op zoek naar verbanden. En die vindt men ook: correlaties zijn makkelijk op te sporen, maar dat wil nog lang niet zeggen dat daarmee ook maar enig causaal verband van betekenis wordt vastgesteld, laat staan dat je zo leert te begrijpen wat een psychose is. Het is een doodlopende weg, zoals een beroemd kunstenaar ooit zei: “You may look into my brain, but you won’t find me.” Voor al die hersenonderzoekers die menen waarheid over de menselijke geest te zien in afbeeldingen van het brein, zou een inleidende filosofische cursus in de wijsgerige antropologie of in de lichaam-geestproblematiek nuttig zijn."

Voorbeeldige fictie
"Als je iets wilt weten over waanzin kun je beter films bekijken als Donnie Darko of A Beautiful Mind. De laatste film gaat over het leven van de briljante wiskundige en Nobelprijswinnaar John Forbes Nash. In een scène ziet Nash dat in een huis steeds de verlichting aan- en uit-gaat. Dat betrekt hij op zichzelf. Ook leest hij in kranten gecodeerde berichten over hemzelf. Die centrering van jezelf als middelpunt van de kosmos is typerend voor de waanzin, en wordt in die film goed verbeeld." Kenmerken van psychose duiken, als strooigoed, op tijdens diverse momenten in het vraaggesprek. Kusters vervolgt: "Het is wel jammer dat de film A Beautiful Mind onder druk van de Amerikaanse vereniging van psychiaters suggereert dat Nash dankzij de goede psychiatrische zorgen, zich zou hebben ontworsteld aan de waanzin. Terwijl het precies omgekeerd ging: pas toen John Nash stopte met zijn medicatie, herstelde hij en kreeg hij een  intellectuele opleving. De catch-22-situatie voor veel waanzinnigen is, dat wanneer je geen medicatie wil, dat enkel wordt geinterpreteerd als 'ontbrekend ziektebesef', dat op zichzelf een indicatie is om juist de medicatie door te drukken. Wat door veel hulpverleners wordt gezien als wantrouwen of paranoia, is wanneer je het sec analyseert, de gezonde intuitie die door al de vermeende deskundigheid doorprikt naar wel degelijk een achterliggende samenzwering zonder samenzweerders, of anders gezegd, een constellatie van oppressieve krachten tegen een wellicht inhumaan, maar wel vitaal, beginsel."
Wat is de waarde van fictie? Filosofe en romanschrijfster Patricia de Martelaere noteerde in haar boek Een verlangen naar ontroostbaarheid: ‘Van reportage over de werkelijkheid naar fictie is er weliswaar een afname van praktisch belang en relevantie, maar deze zou weleens gepaard kunnen gaan, althans in bepaalde gevallen, met een toename van beleefde intensiteit en identificatie.’ Kusters knikt instemmend: "In een psychose leef je in een droomwereld, een kunstwerk, een bijna fictief beleefde leven, met de wereld als decor. Mijn boek is geheel doortrokken met het thema en het onderzoek naar de grens tussen fictie en realiteit. Films waarin de thematiek van fictieve realiteiten een rol speelt, zoals bijvoorbeeld The Matrix, kunnen dan ook heel goed dienen als leerzaam onderwijsmateriaal."

Instantpoëzie
Een naam die - naast vele diverse denkers als Charles Taylor, Plotinus, Sartre en Peter Sloterdijk - enkele malen opduikt in Kusters’ boek, is de Franse filosoof Paul Ricoeur. ‘Fascinerend is Ricoeur vanwege de manier waarop hij het spanningsveld beschrijft tussen het ‘ik’ en ‘de wereld’. Enerzijds is er de innerlijke ervaring, anderzijds de gegeven buitenwereld. Het ‘narratieve’ kan proberen bemiddelaar te zijn tussen die twee uitersten. De verhalen die ten grondslag liggen aan de manier waarop we over onszelf en de wereld denken, bedenken we zelf, maar we zijn er ook al onderdeel van.’

Ricoeurs denken sluit aan bij Kusters’ ervaringen: "In waanzin, als de grond onder je voeten wegvalt, verdwijnt je narratieve identiteit tot op het bot, tot er een ruw skelet van instant-poëzie en geïntensiveerde symboliek overblijft, in plaats van de alledaagse verhalen die we elkaar wijsmaken. De directe aanleiding is vaak het wegvallen van liefde, een belangrijke levensbron." Met instemming memoreert hij het gedachtegoed van psychiater Edward Podvoll - die een boek schreef met de veelzeggende titel De verlokkingen van de waanzin:
Er zijn meer mannen, vrouwen en vooral adolescenten krankzinnig geworden als gevolg van een niet-beantwoorde liefde dan er mensen tot waanzin zijn gedreven door vergiften, gebrekkige genen en alle andere afwijkingen bij elkaar. Wanneer iemand wordt afgewezen, kan de ‘bodemloosheid’ of leegte van het bestaan vergelijkbaar zijn met (en aanvoelen als) de ‘verscheurende’ of ‘neerhalende’ ervaring van de door drugs opgewekte toestand. Maar soms verheft hij zich uit die ervaring en ‘schakelt om’, waarna hij de psychotische ‘transformatiespiraal’ naar een bestaan van magie en macht doorloopt. Naarmate de knelsituatie tot afronding komt, welt een nieuwe hartstocht op - een hartstocht die zich kenmerkt door oneindigheid, een hemelse versie.
Kusters: ‘Het kan dus ook zijn dat je in het verlies een kracht vindt. In plaats van de liefde die verloren ging, zie je plotseling een oneindige wereld vol liefde, of misschien: een wereld waarin liefde wordt gesublimeerd. Dat heet ‘de hemelse versie van de wereld’. Echter, - Kusters glimlacht ironisch - er doet zich na verloop van tijd een belangrijk probleem voor: de liefde is niet wederzijds. Dan ontstaat er een conflict met de wereld, duikt angst op, paranoia, haat.’ 

Menselijke extremen
Al schrijvende aan zijn thesis voor wijsbegeerte over ‘tijdservaring in psychose’ in 2007 belandde hij zelf in de waanzin. "Ik dook zo diep in de filosofie dat ik voor een tweede keer psychotisch werd," zegt Kusters. "Ineens zag ik het licht. Ik begreep de totale samenhang der dingen en zag alles zo scherp dat ik ervan overtuigd was dat mijn thesis op een A4’tje zou passen. 'Het is zo klaar als een klontje', mailde ik mijn begeleider. Ik voelde me extatisch. Kort daarna werd ik gedwongen opgenomen en belandde opnieuw in een isoleercel." In mijn boek gaat het om de ‘verheldering’ van wat het betekent om het licht te zien, terwijl anderen menen dat het een duister is. En dan gaat het om existentiële zo niet metafysische vragen omtrent zijn en niet-zijn, leven en dood, goed en kwaad. Dat soort vragen zijn zowel in de filosofie als in de praktijk van de waanzin van groot belang."

Paradox
De onderliggende thema’s en structuren van de psychose komen bij veel mensen dan ook overeen. "Iedereen heeft verborgen verlangens, angsten en woede. Doorgaans dekken we die af en houden we ze buiten de deur. We verschansen ons in ons veilige 'huis' met vertrouwde kaders, en daarbuiten begint de woestenij van de psychose. Daarbuiten verandert je gevoel van tijd en ruimte. Verleden, heden en toekomst vallen samen tot een oneindige tijd. Je “ik” en de buitenwereld versmelten en worden één. Dat kan een extatisch en mystiek halleluja-gevoel geven, maar ook angstaanjagend zijn. Het is een extreme wereld, omdat alle zekerheden verdwenen zijn en gevoelens elkaar in een razend tempo afwisselen. Alles en iedereen krijgt een instantbetekenis, ingegeven door je associaties. De zon schijnt omdat jij vrolijk bent. Je verbeeldingskracht is ongeremd en je denkt de hele kosmos te begrijpen. Tegelijkertijd ervaar je als psychoticus een enorme eenzaamheid, omdat echte medemensen niet bestaan, je bent het enige werkelijk levende subject. Je zit in je eigen wereld opgesloten, alsof je in een film of een droom vastzit. Let wel: een lucide droom, want je weet dat je erin zit, waarbij dat weten onderdeel is van het erin-zitten. De diepste structuur is dan ook die van een paradox. Maar dat geldt voor de hele wereld en iedereen: psychotici zijn niet wezenlijk anders, maar ervaren de extremen van de menselijke neigingen en mogelijkheden intenser. Filosofie kan leiden tot waanzin en omgekeerd zie ik de waanzinnige een beetje als filosoof. Met een psychose én met filosofie, treed je buiten het alledaagse, routineuze leven en lijk je door te dringen tot iets wat ze vroeger de essentie noemden."

Wegen naar Rome - en Bagdad
Kusters beseft terdege dat verhalen, romans, films en taal "altijd een soort versimpeling bevatten die nodig is vanuit de beperking van het medium. Zoals artsen gevangen zitten in het idioom van de diagnose-behandelcombinaties en psychiaters klem zitten binnen de categorieën van de DSM-5, en de beperkingen van de quasi-objectiverende medische blik." Het is duidelijk dat ieder vanuit een geheel eigen perspectief kijkt naar psychosen of psychiatrische ziektebeelden. Onderzoek begint met zelfonderzoek, relativering met zelfrelativering. Kusters ziet dan ook de beperking in zijn eigen werk: "Ik zit nu eenmaal vastgeklonken aan het medium van de taal. Als je echt wilt ervaren wat een psychose is, 'buiten de taal' dan moet je in het vliegtuig naar Bagdad stappen, bij aankomst in het centrum lsd nemen en dan proberen er kaas van te maken. Wat je geest dan produceert, de realiteit die dan ontstaat, is een tamelijk goede verbeelding van een psychose. Een andere, iets veiligere manier, is het lezen van mijn boek."