De Grote Van Helsdingenprijsvraag 2020


UITSLAG BEKEND!


De hoofdprijs van 10.000 euro is voor Tine Molendijk met haar proefschrift Soldiers in conflict. Moral Injury, Political Practices and Public PerceptionsEen aanmoedigingsprijs van 2.500 euro is voor Rick Bellaar met zijn werk Preliminary Writings on Delusion.


De feestelijke uitreiking van de Van Helsdingenprijs vond plaats op vrijdag 18 juni in Zoom:

- De uitreiking aan Rick Bellaar vindt u hier.

- De uitreiking aan Tine Molendijk vindt u hier.

Het boekomslag van de publieksversie
De jury van de Van Helsdingenprijsvraag heeft besloten om Tine Molendijk voor haar uitmuntende proefschrift Soldiers in Conflict de hoofdprijs te geven van 10.000 euro. In haar studie heeft zij tachtig interviews afgenomen met (ex-)militairen van twee buitenlandse missies; die van Dutchbat rond Srebrenica en die van de Task Force Uruzgan. Veel van de geïnterviewden hadden aan hun militaire missie gerelateerde psychische klachten, en sommige van hen kregen de diagnose post-traumatische stressstoornis (PTSS). Deze PTSS diagnose is de laatste jaren uitgebreid en/of vervangen met de term moral injury, omdat problemen van veteranen niet enkel individueel psychisch zijn, maar ook betrekking hebben op morele begrippen als schuld en schaamte.

De auteur heeft aan de hand van de interviews grondig onderzocht wat deze moral injury te betekenen heeft. Een injury suggereert een verwonding waaraan gewerkt kan worden in een individueel helingsproces, maar in feite is er veel meer aan de hand. De moral injury heeft vele gezichten, zoals morele disoriëntatie, verlammende waardeconflicten, onthechting, desinteresse en een gevoel van algehele zinloosheid. De auteur laat nauwkeurig en helder zien hoe deze in onderlinge dynamiek samenhangen en hoe ze verbonden zijn met de bredere context. Molendijk beschrijft hoe schijnbaar individuele klachten, eigen herinneringen, persoonlijkheden en karakters verweven zijn met wat er in de politiek concreet wordt gezegd en gedaan, met hoe media berichten, maar ook met beroepsmatige tradities, houdingen en verwachtingen binnen en buiten de krijgsmacht ten opzichte van geweld en leed.

Promotie-onderzoek in de 21ste eeuw in Nederland is vaak zeer specialistisch. Analytisch worden steeds verdere verfijningen aangebracht op steeds meer onderscheiden niveaus van analyse. Tine Molendijk laat zien dat het ook anders kan. Juist de dwarsverbanden staan centraal, tussen - onder andere - het politieke en het persoonlijke, het maatschappelijke en het sociale, het psychopathologische en het ethische. Daarmee is dit proefschrift een mijlpaal, en een kwalitatieve sprong voorwaarts. Het is onderzoek naar iets zeer specifieks: iets dat oorspronkelijk onder één diagnose te vangen leek, PTSS, en het laat zien hoe deze allerindividueelste getroffenheid bij nader inzien met veel meer te maken heeft; met thuisblijvers, achterblijvers, met journalisten, beleidsmakers, politici, krantenlezers, en eigenlijk met alle doden en levenden, die ooit met oorlog te maken hadden. Naast het directe belang voor zorg- en expertise-ontwikkeling op het specifieke terrein van de ‘oorlogstrauma’s’, ziet de jury in de manier waarop in dit proefschrift de diagnose PTSS/moral injury wordt onderzocht, een voorbeeld voor hoe studies naar andere diagnoses, zoals die van climate anxiety, maar evengoed depressie en angst-stoornissen in algemene zin, zouden kunnen worden aangepakt. Vanwege het gedetailleerde, zorgvuldige onderzoek en diens resultaten, en vanwege de psychiatrische, filosofische, en algemeen maatschappelijke grote relevantie daarvan, honoreert, op voordracht van de jury, de Stichting Psychiatrie en Filosofie Tine Molendijk met de hoofdprijs van de Van Helsdingenprijsvraag.

Een aanmoedigingsprijs van 2.500 euro is voor Rick Bellaar met zijn werk Preliminary Writings on Delusion. 

In zijn manuscript Preliminary Writings on Delusion bekritiseert Rick Bellaar enkele huidige opvattingen over wanen, en ontwikkelt hij een eigen, door Wittgensteins werk geïnspireerde, visie op wanen. Geheel zelfstandig heeft de auteur zijn eerdere masterscriptie, geschreven aan de Universiteit van Amsterdam, bij het Institute for Logic, Language and Computation, herzien en herschreven en tot dit werk gemaakt. Het resultaat, dit manuscript, is wat betreft diepgang, kennis en methodologie minstens gelijkwaardig aan dat van menig gepromoveerde onderzoeker op het gebied van de filosofie van de psychopathologie. Gezien de consequente, overtuigende argumentatie over een voor de psychiatrie centraal onderwerp, en de genuanceerde en heldere uiteenzettingen over het netelige grensdomein tussen ervaring, subjectiviteit en taal, heeft de jury besloten om aan Rick Bellaar een aanmoedigingsprijs te geven van 2.500 euro.

Primaire focus in zijn werk ligt op de zogenaamde “stark delusions”, wanen die zo buitenissig zijn dat ze niet in de werkelijkheid, en de daarin gebruikte taal een plaats lijken te kunnen krijgen. Volgens de auteur zijn deze van het ‘sterkste’ soort, ze zijn het meest zuivere of ‘extreme’ voorbeeld van wanen. Veel van wat ook wel wanen wordt genoemd, en die eenvoudiger te begrijpen en te integreren zijn, zijn minder sterk, of onbegrepen, of eigenlijk geen wanen, maar desorganisaties van het denken. De centrale vraag van Bellaar is hoe we deze “stark delusions” kunnen denken.

These van de auteur is dat de talige verwoording van stark delusions geen kennisuitspraken zijn, maar expressies van subjectieve ervaringen. Ze zijn wel in taal gesteld, maar zijn van een ander taalspel. Hen in het descriptief taalspel opvatten, leidt tot niks, want ze hebben niet het kenmerk van ordinary beliefs. Immers, ze zijn niet onderhevig aan de wil, en niet veranderbaar door realiteitstoesting. Ze doen zich voor, net zo als een poëtische ingeving zich voordoet. Maar ze zijn dwingender en sterker, en anders dan metaforen, zijn ze niet parafraseerbaar. Degene die ze ervaart, lijdt eronder. Ondanks dat het geen kennisuitspraken zijn, hebben ze wel betekenis, maar slechts zoals de auteur die noemt, in een secondary sense. Om deze te vatten, moet eerst de primary sense van de gebruikte termen begrepen zijn, een voorbeeld van secondary sense is: ‘ik heb vlinders in mijn buik’. De betekenis van sterke wanen ligt dan ook in de woorden zelf, niet qua kennis, maar qua subjectieve expressie, en er is geen andere verborgen betekenis, die naar een gestoorde ervaring verwijst. Het lijkt meer op de betekenis zoals een stijl die heeft naast of boven de woord- en zinsbetekenissen. Uitingen van deze stark delusions zijn ook wel vergelijkbaar met die van pijn.

Behalve dat Bellaar deze zeer originele gedachtegang plausibel uiteenzet en verdedigt, bespreekt hij als contrastvisies ook wat wel inmiddels de “traditionele” fenomenologische visie op wanen kan worden genoemd. Hij is daarbij in discussie met psychiaters en filosofen als Thomas Fuchs en Matthew Ratcliffe, en laat overtuigend zien dat zij, ondanks hun fenomenologische perspectief, toch vaak vervallen in de hypostasering van een vermeende normale ervaring, waartegen dan linksom of rechtsom, die van degene met stark delusions, als gebrekkig en gestoord wordt afgezet. Met de Van Helsdingen-aanmoedigingsprijs hoopt de jury de auteur aan te moedigen, zich gedurig verder te engageren met de thematiek. 

Naast de twee winnaars waren er in de laatste (finale) fase van de prijsvraag vier andere kandidaten. Deze hebben weliswaar uiteindelijk geen prijs gewonnen, maar omdat deze alle vier bijzondere kwaliteiten hadden, waarmee ze zich positief onderscheidden van de overige 30 inzendingen willen wij deze hier toch kort vermelden.


Arnout De Cleene: Outsiderliteratuur. "Waanzinnige" auteurs in het Nederlands- en Franstalige discours na 1960

In dit proefschrift duikt de auteur diep de literatuur in die waanzinnig heet te zijn, of waar de schrijver zelf met waanzin wordt geassocieerd. De Cleene onderzoekt hoe in de maatschappelijke en literaire receptie van verschillende van dergelijke teksten de term waanzin werd gevormd, en ook veranderde door de tijden heen. Hij bekijkt enkele uitgelezen werken, zoals die van Jan Arends, J.M.H. Berckmans en Simon Vinkenoog. Dit alles gebeurt met een duizelingwekkend vergaande analyse, waarbij Foucault een sleutelrol speelt. Deze laatste speelt een subtiele rol in het geheel, zowel als voorbeeld van een auteur van een weliswaar niet literaire, maar wel filosofische beschouwing over waanzin, als ook als archeoloog die zelf laat zien, en een methode heeft, hoe concepten, vertogen en machtsverhoudingen met elkaar samenhangen. De auteur laveert behendig en nauwkeurig tussen de twee uitersten van 1. psychiatrie, waar waanzin in de vorm van diagnoses a-historisch wordt omlijnd en vastgesteld, en 2. literatuurstudie sec, waarin binnen de relatie tussen een auteur en diens werk naar waanzinexpressies wordt gezocht. Het resultaat is een fenomenaal proefschrift dat veel verheldert over de term waanzin, en dat de gangen, valkuilen en obstakels blootlegt bij het ondoordachte gebruik van dit begrip.


Bas L.G. Verdin: Auticorrectie. Een essay voor en door autisme over misinterpretatie, mentaliteit en maatschappij

Het werk van Bas Verdin is kritisch, erudiet en geestig, en geschreven vanuit autistisch perspectief. De auteur weet overtuigend duidelijk te maken dat niet autisten lijden aan stereotypen, rituelen en gebrek aan empathie, maar juist de niet-autisten, oftewel de neurotypischen. Met talloze voorbeelden maakt hij duidelijk hoe ingewikkeld de maatschappij is gemaakt door en voor neurotypische mensen, die moeiteloos allerlei ongeschreven codes lijken te begrijpen. De stijl, woordkeuze en zinsbouw zijn uniek: de tekst is scherp, treffend, vernieuwend, en kent vele originele en relevante vergelijkingen en metaforen. De toon werkt herhaaldelijk op de lachspieren en tegelijk op het intellectuele begrip, het dwingt de lezer na te denken over zijn of haar eigen stijl, taal en denken. Daarbij blijft de boodschap overeind: het zijn de zogenaamde autisten die vaak gelijk hebben in hun logische, directe, concrete antwoorden en reacties, maar dit zelden krijgen. De auteur laat zien, met gebruikmaking van werk en gedachten van diverse klassieke filosofen, dat het neurotypische perspectief beperkt is: en de daarbij behorende communicatie nodeloos ingewikkeld, verwarrend en improductief. Verdin zet daarmee het gangbare idee dat autisten beperkt zijn en ‘normale’ mensen de waarheid in pacht hebben, op de kop.


Josephine Lenssen: The Eccentric Manners of Explanatory Models

In dit proefschrift bespreekt de psychiater en filosoof Josephine Lenssen de vraag of het befaamde bio-psycho-socio-model behalve klinisch relevant ook wetenschappelijk en filosofisch gelegitimeerd kan worden. Daartoe onderzoekt de auteur nauwgezet en grondig enkele abstracte modellen en verschillende eisen die aan wetenschappelijke verklaringen gesteld kunnen worden. Na doorlichting van de oorspronkelijke teksten over dat model, en toepassing van verschillende soorten eisen uit de wetenschapsfilosofie blijkt dat ondanks de grote populariteit van het bio-psycho-socio-model, het een toets van wetenschappelijke rigiditeit en consistentie niet kan halen. Reden temeer om in de theorie en de praktijk van de psychiatrie niet te hoog van de wetenschappelijke toren te blazen, en een bescheiden en open epistemologische houding te bepleiten. In de laatste delen van het proefschrift komt de auteur tot enige voorzichtige adviezen en aanzetten tot andere modellen, zoals het mozaiekmodel.


René Oto: Nachtspalk

In de spreekkamer ontmoet de psychiater de 'paranoïde schizofreen'. Ze voeren een gesprek en gezamenlijk komen ze tot een conclusie, een redelijk oordeel, een diagnose, een behandelplan. In Nachtspalk zien we de schaduwzijde van positieve opvattingen over taal en communicatie. René Oto gebruikt de paranoïde-kritische methode van Dalí om de droom van de rede te onderzoeken, en deze te spiegelen met de droom van de waanzin en de werkelijkheid. En in plaats van nederig te erkennen dat de waanzinnige wakker moet worden uit zijn nachtmerrie, onderzoekt Oto de droom binnen die nachtmerrie, de droom of illusie van werkelijkheid, en prikt deze door. Door middel van “profane illuminatie”, wil Oto “de werkelijkheid breken, om er beter inzicht in te krijgen”. Met dat inzicht is er uitzicht op een anti-ruimte, waarvan het bestaan slechts kenbaar kan worden gemaakt door tegentaal en xeno-communicatie: “Reizen met de snelheid van de duisternis is reizen in angst, trotskistenangst. De geboorte is een metafysisch geschenk, maar ook metafysisch verraad. Existentiële angst en metafysische paranoïa, de waanzinnige vuurtoren van het Zwarte Licht… Für immer Nacht betekent de victorie over alle sterren.”


Jury:
Alie Weerman, psycholoog, lector GGZ en samenleving, Zwolle
Derek Strijbos, psychiater, filosoof, Zwolle
Evert van Leeuwen, medisch ethicus, filosoof, Nijmegen
Herro Kraan, psychiater, Maastricht
Jasper Feyaerts, psycholoog, filosoof, Universiteit Gent
Kristien Hens, bio-ethicus, filosoof, Universiteit Antwerpen
Moniek Thunnissen, psychiater, psychotherapeut, Bergen op Zoom
Wouter Kusters, filosoof, taalwetenschapper, Schoonhoven

Informatie over eerdere rondes van onze prijsvraag is te verkrijgen via deze pagina.

Aanmelding voor de prijsvraag en nadere informatie kunt u ook verkrijgen door ons een e-mail te sturen op: info@psychiatrieenfilosofie.nl